Rood rapport, stille reacties: Valkenhof en de inspectie laten vragen onbeantwoord
VALKENSWAARD - De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bezocht op 24 februari 2026 onaangekondigd verpleeghuis De Vlasgaard in Valkenswaard, onderdeel van Stichting Valkenhof. De conclusie in rapport V2060533 is hard: op zeven van de acht getoetste normen voldoet de instelling grotendeels niet. Op de randvoorwaarde rond de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voldoet Valkenhof zelfs helemaal niet.
Vijf maanden en twee schriftelijke reacties later is er nog geen concreet antwoord op de kernvragen die dit rapport oproept. En de inspectie die het schreef, reageert helemaal niet.
Als je het zelf niet meer kunt dragen
Er komt een moment waarop een zoon, dochter of partner de zorg voor een dementerende naaste niet langer zelf kan dragen — door uitputting, werk, gezondheid, of omdat de zorg te specialistisch is geworden. Dat is geen falen, maar een grens die ieder mens ooit tegenkomt. Op dat moment leg je een leven in handen van een instelling en mag je aannemen dat dit goed gebeurt: dat een smetplek tijdig wordt gezien, dat medicatie klopt, dat een deur alleen dichtblijft na een weloverwogen afweging. Het rapport laat zien dat die aanname op dit moment niet vanzelfsprekend is.
Respect voor de mensen op de vloer
Tussen de regels van het rapport door blijkt hoe hard er wordt gewerkt door mensen die dit vak met overgave doen. Zorgverleners en leefgroepondersteuners geven zelf toe dat hun inwerkperiode te kort is en dat ze zich zorgen maken of ze risico's op tijd herkennen — een eerlijkheid die respect verdient. Maar dan volgt de onvermijdelijke vraag: hoe kan een bevlogen medewerker goed werk leveren in een systeem dat zo faalt? Je kunt niet signaleren wat je niet is aangeleerd, en geen dubbele controle uitvoeren op een procedure die je niet kent. Het probleem is niet de toewijding van het personeel, maar de organisatie die hen te snel en te onvoorbereid heeft losgelaten.
Drie bevindingen die niemand benoemt
Drie zaken wegen zwaarder dan "opstartproblemen", de framing die Valkenhof zelf gebruikt. Ten eerste: medewerkers gaan zelfstandig aan het werk vóórdat hun VOG binnen is — een wettelijke verplichting die structureel niet wordt nageleefd, bevestigd door de eigen manager. Ten tweede: in de opiatenkluis lag morfine zonder registratieformulier, de dubbele controle voor risicovolle medicatie is niet overal bekend, en meldingen van valincidenten en vergeten medicatie blijven achterwege. Ten derde: dementerende bewoners op de gesloten afdelingen kunnen niet naar buiten zonder liftcode, terwijl hun dossiers slechts "summiere individuele afwegingen" bevatten — waar de Wet zorg en dwang een grondige onderbouwing eist. Geen van deze drie punten komt terug in enige verklaring van Valkenhof.
Geen productielijn maar werken met mensen
De nieuwe visie, met leefgroepondersteuners die de dagelijkse zorg dragen en een zorgteam dat vaste routes door het gebouw loopt "zoals gebruikelijk in de thuiszorg", is bedoeld om welzijn centraal te stellen. De praktijk laat iets anders zien: een zorgteam dat niet meer standaard bij elke cliënt komt, een leefplan zonder duidelijke eindverantwoordelijke, en dossiers die niet worden bijgehouden omdat niemand het nut ervan kent. Het gaat hier om mensen met een levensverhaal en eigen wensen — niet om een productielijn waarin een nieuw organisatiemodel voorrang krijgt boven de vraag of iemand zich veilig en gezien voelt.
Twee brieven, geen antwoord
Valkenhof reageerde tweemaal. Eerst met de mededeling dat "onderdelen van de implementatie verdere uitwerking en borging vragen" — taal die evengoed over een IT-systeem zou kunnen gaan. Na gerichte vragen over de VOG, de morfine en de vrijheidsbeperking volgde een tweede brief die voor het eerst "de ernst van de bevindingen" erkent, maar op de vraag om opheldering ontwijkend blijft: Valkenhof kan, "in verband met de zorgvuldigheid richting bewoners, naasten, medewerkers en vrijwilligers", niet op de afzonderlijke vragen ingaan. Dat argument houdt geen stand — of medewerkers zonder VOG werken en hoe morfine ongeregistreerd in een kluis lag, zijn organisatorische vragen, geen privacygevoelige kwesties. Het beroep op "zorgvuldigheid" functioneert vooral als schild tegen concrete verantwoording.
En de toezichthouder zwijgt mee
Op herhaalde verzoeken om een reactie — waarom een verbetertermijn van vier maanden in plaats van een aanwijzing, waarom "grotendeels niet voldoet" bij ongeregistreerde opiaten — komt van de IGJ geen enkel antwoord. De instantie die toezicht moet houden, onttrekt zich zelf aan verantwoording zodra er wordt doorgevraagd.
Tot de deadline van 13 september 2026 blijft het beeld ongewijzigd: een rapport vol rode en oranje oordelen, een bestuur dat in algemene termen verantwoordelijkheid "neemt" zonder concrete antwoorden, en een toezichthouder die zwijgt. Voor wie ooit voor de keuze stond de zorg over te dragen, en voor de medewerker die elke dag het beste wil geven, is dat geen abstractie — maar een systeem dat hen allebei in de kou laat staan.
Weet jij nieuws van bij ons? Tip ons!
Stuur je tip, verhaal en/of foto of video naar de redactie: redactie@1kempen.nl




